Voor wie het nog niet weet: Oostende ligt aan de Belgische kust en is een van de grotere kustplaatsen van het land. Bekend om z’n brede zandstranden waar bij het eerste zonnestraaltje hele volksverhuizingen naartoe plaatsvinden. En eerlijk is eerlijk – dat strand is ook gewoon prachtig. Maar Oostende is veel meer dan zand tussen je tenen en een ijsje in de hand. Vanuit Oostende verkennen we de Vlaamse kust.
Estaminet de Peerdevisscher
Onze culinaire ontdekkingsreis begon in Oostduinkerke, bij Estaminet de Peerdevisscher. Een naam die je wellicht niet in één keer goed uitspreekt, maar wél eentje om te onthouden. Hier krijg je namelijk een waanzinnige lunch voorgeschoteld. Wel even spannend: reserveren kan niet, dus je moet geluk hebben. Maar geloof me, het is het wachten meer dan waard.
Wat je zeker moet proberen? De slibtongetjes. Of de garnalenkroketten. Of allebei, want kiezen is ook maar moeilijk als alles lekker is.
En bonus: pal naast het restaurant ligt het Visserijmuseum NAVIGO. Superhandig te combineren dus. In het museum hangt onder andere het indrukwekkende skelet van potvis Valentijn – zo genoemd omdat hij op 12 februari aanspoelde. Waarschijnlijk even de GPS verkeerd ingesteld. Maar serieus, als je daar onder staat voel je je echt héél klein. En ineens snap je ook waarom zo’n potvis niet gewoon in een zwembad past.
Garnalenvissers te paard
Een van de hoogtepunten van onze trip (waar ik stiekem echt naar uitkeek) was het zien van de garnalenvissers te paard. Nou ja… visser, enkelvoud – maar toch. Het blijft een magisch gezicht: een man op een stoer Belgisch trekpaard die in alle rust door de branding sjokt om garnalen te vangen. Dat zie je dus alleen in Oostduinkerke. En ja, het staat zelfs op de UNESCO Werelderfgoedlijst.
Vroeger visten ze voor de kost, tegenwoordig vooral voor de show – maar het blijft bijzonder. Door het vlak aflopende strand en het ontbreken van golfbrekers kunnen de paarden makkelijk de zee in. Check vooraf even de agenda, want dit gebeurt maar op bepaalde dagen.
Diner bij Paroles paroles
’s Avonds streken we neer bij Paroles Paroles, een restaurant op kruipafstand van ons hotel: het stijlvolle The Ostendian. Een fijne uitvalsbasis trouwens, vlak bij het station en toch heerlijk rustig.
Na een dag vol zon, zeelucht en zompige avonturen hadden we precies zin in wat Paroles Paroles biedt: shared dining in een gezellige sfeer. Kleine gerechtjes om samen te delen (behalve als je écht niet wil delen – wij oordelen niet). Alles wat we proefden was top. Echt een aanrader als je de dag wilt afsluiten met goed eten en minimale inspanning.
De Oesterput
Onze eerste stop de volgende dag: de Oesterput! Daar kregen we een rondleiding van Benoit (jawel, die charmante man in het blauwe shirt op de tweede foto hieronder). Hij gaf ons een boeiende uitleg over het kweken van oesters. En geloof me: the place to be voor superverse Ostendaise oesters is dus echt hier.
Wist je bijvoorbeeld dat het maar liefst vier jaar duurt voordat een oester op je bord belandt? Het hele avontuur begint als kleine oesterlarve. Die wordt binnengehaald in de kwekerij, waar het water – uit de nabijgelegen spuikom – kunstig wordt opgewarmd. Daardoor groeien ze net even wat sneller. In een soort oester-kraamkamer zagen we minuscule baby-oestertjes chillen. Na een jaar mogen ze naar buiten, de wijde waterwereld in, waar ze nog drie jaar door mogen groeien tot volleerd schelpdier.
En ja hoor, wij mochten zélf ook het water in! Met het zonnetje op onze bol was dat geen straf. Gehuld in een bijzonder charmant waterpak (je weet wel, zo’n sexy waadoutfit waar je je toch net iets minder elegant in voelt) strompelden we het modderige water in. Of nou ja, het water zelf was oké, maar de bodem… die was zompig. Héél zompig. Vooral voor de kortere mensen onder ons was het ploeteren geblazen. Maar: lachen gegarandeerd én echt leuk om mee te maken!
Ben je benieuwd hoe oesters gekweekt worden? Ga dan zeker eens langs bij de Oesterput. Je kunt daar niet alleen alles leren over het proces, maar ook zelf het water in, met zo’n knap pak aan. Ik geef eerlijk toe: oesters zijn niet mijn favoriet (sorry, oesterliefhebbers!), maar deze ervaring was absoluut uniek – en eentje om niet snel te vergeten.
NorthSeaChefs – Vis met een missie
Na onze modderige oestermissie werd het tijd voor het serieuze werk: op naar de NorthSeaChefs. Deze culinaire beweging werd in 2011 opgericht door sterrenchef Filip Claeys (van restaurant De Jonkman in Brugge), en wij mochten aanschuiven voor een workshop én lunch van niemand minder dan Filip zelf en chef Michiel Rabaey (van restaurant Storm in Oostende), die sinds 2015 ook bij de club zit.
En ik zeg het je alvast: dit was inspirerend met hoofdletter I.
Filip is niet alleen een topkok, maar ook een man met een missie. Met een hoop passie vertelde hij over het belang van duurzame visvangst. Want ja, vis is heerlijk – maar alleen als we er verstandig mee omgaan. En wat dat betreft kunnen de Nederlanders nog wat leren van de Belgen!
Bijvangst: we moeten eten wat de visser vangt.
Oké, even terug naar de basis. Wat is bijvangst precies?
Stel, een visser gaat op pad voor tong of schol. Dan komt er van alles mee in het net: heek, steenbolk, poon, krab, zeesterren… noem maar op. Vaak bestaat de vangst zelfs grotendeels uit die “bijvangst”. En wat gebeurde daar vroeger mee? Juist. Weggegooid. Niet rendabel, zogenaamd ‘oninteressant’. Eeuwig zonde natuurlijk – voor de natuur én voor je bord.
Daar wilden Filip en zijn collega’s iets aan doen. Dus besloten ze: we gaan alle vis een kans geven. Of het nou hip is of niet.
Een gewaagde zet voor een sterrenchef, want kabeljauw en zeetong klinken nu eenmaal chiquer dan steenbolk of wijting. Maar de beweging groeide snel, en inmiddels zijn er al meer dan 80 chefs aangesloten bij de NorthSeaChefs – van jong keukentalent tot gevestigde culinaire grootheden. Samen zetten ze zich in voor meer bewuste visconsumptie, minder verspilling en vooral: veel meer smaak op het bord.
Proef de proef
Tijdens de workshop kregen we een smakelijke uitdaging voorgeschoteld: zes verschillende stukjes vis proeven, en raden welke de kabeljauw was.
Laat ik het kort houden: ik had er nul goed.
En ik ben niet de enige die zich liet foppen. Het punt was duidelijk: er zijn zó veel heerlijke alternatieven voor de klassiekers, dat je tong én je portemonnee er echt geen verschil in proeven.
De lunch zelf was ook een feestje. Een rijkgevulde soep, boordevol ‘restjes’ van bijvangst – garnalen, krab, visjes waarvan ik de naam niet eens meer weet – maar wél allemaal supervers en heerlijk. Dit is dus wat je krijgt als chefs creatief omgaan met wat de zee écht te bieden heeft.
Waarom dit ertoe doet
NorthSeaChefs draait niet alleen om lekker eten, maar ook om een verandering in denken. Weg met het idee dat alleen de “bekende” vissoorten ertoe doen. Door bijvangst op het menu te zetten – thuis of in restaurants – help je overbevissing tegengaan en zorg je voor minder verspilling. Win-win, toch?
Dus de volgende keer dat je vis gaat eten: denk eens buiten de kabeljauw. “We moeten eten wat de visser vangt en niet enkel de visser laten vangen wat wij willen eten.” aldus Filip.
Vistour op de Broodwinner – zandhappen in plaats van vis
Met volle buiken (en een hoofd vol viswijsheid van de NorthSeaChefs) stapten we aan boord van de Broodwinner – een voormalig vissersschip dat tegenwoordig dienstdoet als opleidingsboot voor toekomstige zeehelden. Normaal gesproken gaan er vooral studenten en professionals mee, dus dat er een groep pers aan boord mocht, was behoorlijk uniek. VIP-treatment op zee, zeg maar.
De bedoeling: een echte vistocht meemaken. Met alles erop en eraan. De praktijk: tja, laten we zeggen dat de zee andere plannen had.
Zand in de motor? Nee, zand in het net
Tijdens het uitgooien van de netten liep het een beetje anders dan gehoopt. In plaats van een mooie vangst kregen we… zand. Héél veel zand. Zoveel zelfs, dat het net zó zwaar werd dat het niet meer omhoog getrokken kon worden. En dat is precies het moment waarop de bemanning zegt: “Uh-oh, dit wordt linke soep.”
Want als het gewicht te groot is en je probeert het toch omhoog te hijsen, kan het schip gaan hellen. Of erger: kapseizen. En hoewel we best in zijn voor avontuur, stond een Titanic-scenario niet op het programma. Dus werd het net – inclusief de ongewenste lading – weer gelost.
Geen vis, wel een ervaring
De vissen ontsprongen dus letterlijk de dans, en wij misten het moment suprême van de vangst. Maar hé, ook dát is onderdeel van het vissersleven. Soms kom je met kilo’s vis terug, soms met kilo’s zand.
Toch was het indrukwekkend om mee te varen op zo’n authentiek schip, te zien hoe de bemanning werkt, en even te voelen hoe het moet zijn om écht op zee te zijn. Beetje wiebelen, beetje zout in je haar – dat pakt niemand ons meer af.
Ostendaise Festival – de smakelijke grande finale
De laatste dag van onze culinaire ontdekkingsreis in Oostende eindigde met een knaller: het Ostendaise Festival. Hét festival waar Noordzeevis in de spotlight staat – en hoe!
Op het plein staan 24 restaurants uit de regio – waaronder bekende namen als restaurant Storm, Hotel Du Parc en ons dinerplekje van eerder, Paroles Paroles. Elk restaurant serveert kleine gerechtjes waarin vis van eigen zee de hoofdrol speelt. Denk: oesters in krokant tempurabeslag, dampende vissoepjes, ceviche, en natuurlijk de legendarische garnalenkroketjes die zelfs een prijs in de wacht hebben gesleept. En ja, die waren dus écht zo lekker als ze klinken – knapperig van buiten, romig van binnen. Instant verslaving.
De sfeer? Zonovergoten. Geen wolkje te bekennen, blije mensen, een wijntje hier, een hapje daar – het was de perfecte afsluiter van drie dagen lang smullen, struinen en ontdekken. Dus: wil jij de Belgische kust op een smakelijke manier leren kennen? Zet dan Oostende hoog op je lijst. En als je het kunt plannen rond Ostendaise, heb je dubbel geluk.
Hoe kom je er?
Wij reisden relaxed met de trein. Vanuit Antwerpen ben je in ongeveer twee uurtjes in hartje Oostende – en je stapt zó het centrum in. Geen gedoe met parkeren, gewoon lekker achteroverleunen en de voorpret beginnen. Ideaal voor een lang weekend weg met een culinaire twist.
Disclaimer: Wij waren in Oostende op uitnodiging van Toerisme Vlaanderen, maar alle meningen zijn zoals gebruikelijk van mij.
Wat een ontzettend leuke dagen heb je beleeft en geproefd.
Ja dat waren hele goede tijden inderdaad!