Een goed gebakken entrecote lijkt misschien lastig, maar met een beetje aandacht lukt het altijd. Alles begint bij de keuze van het vlees. Er zijn verschillende rassen en herkomsten, van runderen met een milde smaak tot soorten met een wat uitgesprokener karakter. Dat verschil is juist de charme. Vind je de ene entrecote te zacht van smaak, dan probeer je gewoon een andere. Zo ontdek je vanzelf welk type het beste bij jou past.
De marmering en de rijping maken het grootste verschil. Een mooi dooraderd stuk vlees blijft tijdens het bakken mals en heeft een rijke, volle smaak. Ook de herkomst telt mee. Runderen die goed hebben geleefd en rustig zijn grootgebracht, leveren vlees dat dat verhaal meedraagt. Voor het beste resultaat haal je je entrecote daarom het liefst bij een goede slager die weet waar zijn vlees vandaan komt.
Voorbereiding
Haal de entrecote ruim op tijd uit de koelkast voordat je begint. Koud vlees gaart ongelijk, dus laat het eerst rustig op kamertemperatuur komen. Dep het daarna droog met keukenpapier en bestrooi het met peper en zout. Dat zorgt straks voor een mooie, krokante korst.
Zet een stevige pan op hoog vuur met een klein beetje olie. Veel heb je niet nodig, want de entrecote heeft een eigen vetrand die tijdens het bakken smelt. Leg het vlees eerst even rechtop op dat randje, zodat het vet rustig kan uitsmelten. Zodra het goudbruin kleurt, leg je de entrecote plat in de pan.
Tijdens het bakken
Er is een eenvoudige regel die bijna altijd klopt: voor elke centimeter dikte bak je het vlees één minuut aan beide kanten. Een entrecote van drie centimeter bak je dus drie minuten per kant voor een medium resultaat. Draai het vlees met een tang, niet met een vork, zodat de sappen erin blijven.
Gebruik je inductie? Laat de steak dan gewoon liggen zodat de warmte gelijkmatig zijn werk kan doen. Bak je op gas, beweeg het vlees dan af en toe iets in de pan. Zo gaart het overal gelijk en voorkom je dat het op één plek te hard bakt.
Na het bakken
Haal de entrecote uit de pan en laat het vlees daarna een paar minuten rusten onder een losjes stuk aluminiumfolie. Dat is misschien wel de belangrijkste stap. Terwijl het vlees rust, verdelen de sappen zich opnieuw, waardoor de steak malser en sappiger wordt. Wanneer je het vlees meteen zou aansnijden, zou al dat sap eruit lopen en dat is zonde van je werk.
Een goed gebakken entrecote heeft eigenlijk niet veel meer nodig. Een beetje grof zeezout, wat versgemalen peper en een goed glas rode wijn doen al wonderen. Wil je er een saus bij serveren (bijvoorbeeld deze lekkere rode wijnsaus), stem dan de wijn daarop af. Een volle rode wijn, zoals een syrah of een cabernet sauvignon, past vaak prachtig bij dit soort vlees.