Sluitertijd
De sluitertijd regelt hoe lang het licht via het diafragma naar binnen valt. Voor het fotograferen van eten is de sluitertijd – mits je een statief gebruikt – niet zo heel belangrijk. Eten is statisch en wacht geduldig tot jij er een foto van hebt gemaakt.
Bewegende elementen
Pas op het moment dat je er bewegende elementen aan toevoegt, zoals een chef in actie of een kind dat een ijsje eet, gaat de sluitertijd weer een rol spelen. Uitgangspunt is dat je sluitertijd kort genoeg moet zijn om een scherpe foto op te leveren. De lengte van de sluitertijd is afhankelijk van een aantal factoren.
Uit de hand of met statief?
De sluitertijd kun je herkennen aan een getallenreeks die eruitziet als bijvoorbeeld 1/60s, 1/125s of 1”. Het laatste betekent dat je sluitertijd 1 seconde is. Let op: de sluitertijd in je cameraschermpje wordt vaak aangeduid als 60 in plaats van 1/60s. Maar hoe lang kun je uit de hand fotograferen zonder dat je een bewogen foto hebt? Als vuistregel kun je hanteren dat je sluitertijd korter of gelijk moet zijn aan de zoomafstand van je lens. Dat klinkt ingewikkelder dan het is.
Stel, je hebt een telelens van 100mm op je camera of je hebt je zoomlens op die afstand ingesteld. Dat betekent dat je sluitertijd dus minimaal 1/100s of korter moet zijn. En korter is in dit geval 1/125s, 1/250s of hoger. Langer is 1/30s, enzovoort. Het is ook belangrijk om met je eigen beperkingen rekening te houden. Sommige mensen hebben nu eenmaal meer last van trillende handen. Ben je overdag binnen aan het fotograferen, gebruik dan een statief. Je kunt dan rustiger je compositie opbouwen en het maakt dan niet meer zoveel uit of je sluitertijd 1/60 of 1/10s is. Je statief vangt de trillingen wel op.
Handen in beeld? let dan extra op je sluitertijd!
Bij het fotograferen van voedsel zul je niet snel gebruik maken van de sluitertijdvoorkeuze (op je camera meestal aangeduid met Tv of met S). Handmatig of een diafragmavoorkeuze is een logischer keuze. De sluitertijd wordt wel belangrijk op het moment dat je beweging vast wilt leggen zoals de suikerkorrels die hier over de aardbeien heen vallen.
Door gebruik te maken van een relatief lange sluitertijd, 1/15s, vallen de suikerkorrels als een kleine “douche” naar beneden over de aardbeien waardoor je de illusie van snelheid krijgt. De sluitertijd is nog net kort genoeg om de opspringende korrels aan de achterkant ook vast te leggenMet een korte sluitertijd bevries je de beweging.
De korrels blijven als het ware in de lucht hangen. Met een lange sluitertijd krijg je wat onscherpte in de korrels. Dit kan mooi zijn, omdat je op die manier ook beweging suggereert. Denk bijvoorbeeld aan de foto’s die op het circuit van Zandvoort gemaakt worden; een korte sluitertijd zorgt ervoor dat de auto stil lijkt te staan, terwijl een lange sluitertijd een veel dynamischer beeld oplevert.