Kleur van het licht
De witbalans is vaak een lastig onderdeel van de fotografie. Het heeft alles te maken met de kleur van het licht. Elke lichtbron, ook daglicht, heeft een eigen kleurtemperatuur. De kleurtemperatuur wordt aangeduid in graden Kelvin. Daglicht is meestal rond de 5000-5500 graden Kelvin maar kan variëren, afhankelijk van het tijdstip en de omstandigheden. Zo heeft schaduw vaak een blauwe gloed, maar ook ’s morgens vroeg als het net licht begint te worden. Aan het einde van de dag wordt het licht eerst geel (de gouden zonsondergang!) en zodra de zon onder is wordt het licht weer blauw.
Kaarslicht
Wie kent niet het fenomeen van een foto die bij kaarslicht is genomen zonder flitslicht. Dat levert een enorme gele gloed over je foto op. Hetzelfde geldt voor een foto die bij het licht van een gloeilamp of het groene licht van een tl-buis wordt genomen. En waar het kaarslicht nog een mooie sfeer kan geven, is het licht van een tl buis zelden mooi.
Het licht van een kaars kan nog wel mooi zijn zoals hierboven, maar voor eten minder geschikt.
Een flitser (die qua kleurtemperatuur rond de 5500 K ligt) heeft als effect dat de gloed van het kunstlicht wordt opgeheven en dat de kleur er vervolgens – voor het oog – neutraal uitziet.
Als we naar een wit vel papier kijken onder het licht van een gloeilamp dan ziet die er wit uit. Onze hersenen registreren en corrigeren vele malen beter dan de software in je camera ooit zal kunnen. Daarom moet je de camera soms een handje helpen. Om een neutrale kleur te krijgen, moet je soms een correctie op de witbalans toepassen. Dit kan achteraf in software of tijdens het fotograferen met de witbalans instellingen.
Witbalans is in een restaurant vaak lastig. Links de foto zoals die uit de camera kwam en rechts de foto na correctie in Lightroom
Voorinstellingen
Je camera heeft standaard een aantal voorinstellingen beschikbaar. Je kunt deze vinden in het instellingenmenu en vaak ook via een aparte knop aan de achterkant van je camera. Dit is uiteraard per camera verschillend, dus kijk ook in je gebruiksaanwijzing. De voorinstellingen bestaan uit AWB (auto witbalans), daglicht, schaduw, zon, TL1 en TL2, gloeilamp en halogeen. Daarnaast is er meestal ook een instelling voor handmatige witbalans.
Fotografeer je bij het licht van een gloeilamp, dan zou je ervan uit kunnen gaan dat je camera zodanig corrigeert dat de foto er neutraal uitkomt. Het werkt echter niet altijd, omdat gloeilampen verschillende tinten kunnen hebben waardoor je foto toch de verkeerde kleur krijgt.
Handmatige witbalans
In dit geval is het meestal beter om je camera op handmatige witbalans in te stellen. Het instellen verschilt per camera, maar het komt erop neer dat je een foto maakt van een wit vel papier in exact dezelfde lichtomstandigheden als waarin je later ook de echte foto gaat maken (zorg ervoor dat er niets anders in beeld is dan dat vel papier!). Je zet vervolgens je camera op handmatige witbalans en selecteert de foto van het witte vel papier. Je geeft hiermee aan dat jouw geselecteerde foto eigenlijk wit zou moeten zijn. Je camera corrigeert vervolgens de witbalans om ervoor te zorgen dat de volgende foto’s neutraal van kleur zijn.
In de praktijk kan het werken met de handmatige witbalans lastig zijn, bijvoorbeeld omdat lichtomstandigheden snel kunnen veranderen. Dat kan betekenen dat je elke foto moet controleren om er zeker van te zijn dat je witbalans nog correct is. Snel reageren is er op die manier niet bij natuurlijk.
Het is makkelijker om de witbalans achteraf met behulp van software te corrigeren (mits je in RAW fotografeert!). Ik fotografeer zelf altijd in de AWB-stand, automatische witbalans dus. Of ik nu buiten, binnen of onder een tl-buis fotografeer. Het allerbelangrijkste voor mij is om te voorkomen dat ik meerdere lichtbronnen heb in een foto. Een voorbeeld: als je bij daglicht een foto in een winkel maakt, zul je merken dat je de kleur in de winkel wel kunt corrigeren, maar dat het licht dat van buiten naar binnen komt (daglicht) dan vreselijk blauw wordt. Dit komt doordat je je foto maar voor één kleursoort tegelijk kunt corrigeren. Fotograferen met gemengde lichtbronnen gaat dus gegarandeerd fout.
In RAW kun je gelukkig heel makkelijk de kleur corrigeren. Onder lastige omstandigheden fotografeer ik ter controle altijd een grijskaart mee. Eerst maak ik de opstelling die ik wil gaan gebruiken, neem één foto van de set-up met de grijskaart en ga vervolgens aan de slag met fotograferen.
Grijskaart
Een grijskaart is een kaart van karton of plastic met een geijkte kleur grijs. Ook wel middelgrijs genoemd. Omdat zowel software als je camera zijn ingesteld om deze kleur middengrijs te herkennen kun je een grijskaart als referentie gebruiken om je kleur mee te corrigeren.
Correctie in Lightroom
Zodra ik de foto’s heb binnengehaald in Lightroom neem ik als uitgangspunt de foto met de grijskaart en gebruik in de ontwikkelmodule het pipetje om aan te geven wat de grijskaart is. Zodra ik op de grijskaart klik, corrigeert Lightroom automatisch de witbalans zo dat de grijskaart middengrijs wordt. Deze instelling kan ik vervolgens kopiëren en plakken in de volgende foto’s. Op deze manier kun je er eenvoudig voor zorgen dat je foto’s de juiste kleurinstelling hebben. Hier zie je een foto ‘voor’ en ‘na’. De linkerfoto is voor correctie van de witbalans en de foto rechts is na correctie van de witbalans (en kleine belichtingscorrectie).
Grijskaart vergeten?
Ben je die grijskaart vergeten te fotograferen en kom je er na afloop achter dat de witbalans verkeerd is? Je kunt vaak een grijs object of een wit object in je foto gebruiken om de kleur alsnog te corrigeren. In het voorbeeld van de foto hierboven gebruikte ik het vorkje om de witbalans te veranderen. In dat geval ga je met je pipetje over de vork heen tot je een kleur hebt die middengrijs benaderd. Klik hierop en je zult zien dat de kleur in een keer wordt aangepast. Kleine correcties kun je met de schuifbalkjes doen zoals ik je hier laat zien in de screencast.