Kaiserschmarrn is een klassieker uit de Oostenrijkse keuken. Ik noem het nog wel eens oneerbiedig 'scrambled pannenkoeken' omdat het daar nog het meeste op lijkt. Het is makkelijk om te maken en heerlijk om te serveren met een homemade compote.
Klop de eiwitten stijf. Voeg hier beetje bij beetje de helft van de kristalsuiker aan toe tot er stevige glanzende pieken ontstaan.
Klop ondertussen in een andere kom de eidooiers op, samen met de rest van de kristalsuiker. Voeg hier de volle melk, de bloem en een snufje zout aan toe. Klop dit even goed door tot een glad en klontvrij mengsel. Spatel er vervolgens voorzichtig de geklopte eiwitten door.
Verhit een klontje boter in een koekenpan. Schep een flinke lepel van het kaiserschmarrnbeslag in de pan. Laat de onderkant van de pannenkoek eerst licht stevig worden voor je het in stukken verdeeld met een spatel.
Schep de stukken voorzichtig om en bak ze verder tot ze rondom goudbruin en gaar zijn.
Wil je extra krokante randjes? Laat de stukjes dan nog even rustig bakken nadat je ze hebt omgedraaid. Zet het vuur niet te hoog, want door de suiker in het beslag kan de buitenkant snel te donker worden terwijl de binnenkant nog niet gaar is.
Serveer de Kaiserschmarrn meteen, liefst nog lekker warm.