Dep de makreelfilets goed droog, vooral de huidkant. Leg met de huid naar boven en bestrooi met zout.
Verhit zonnebloemolie in een koekenpan en laat warm worden. Leg de makreelfilets met de huid naar beneden in de pan. Als ze omkrullen, druk dan plat met een spatel.
Laat de makreel op middelhoog vuur bakken, tot de huid van de pan gaat loslaten en krokant is. Bestrooi de zachte kant ook met wat zout en draai de filets dan om. Laat nog 1 tot 2 minuten bakken tot ze mooi gaar zijn. Haal de filets voorzichtig uit de pan en leg op een bord.
Giet witte wijn en bouillon in de nog warme pan en roer goed, zodat eventuele stukjes loskomen. Breng aan de kook en laat de alcohol verdampen en de vloeistof tot de helft reduceren.
Roer de mosterd erdoor en meng goed, roer vervolgens de room erdoor. Laat nog even indikken en breng op smaak.