Stoom de bloemkoolrijst ongeveer 5 minuten in een stoommandje of in een zeef boven een pan met water (met deksel erop). De bloemkool moet wat zachter zijn geworden.
400 gram bloemkoolrijst
Doe de gestoomde bloemkoolrijst in een schone theedoek en knijp al het overtollige vocht eruit. Je houdt ongeveer 300–350 g droge bloemkool over.
Doe de bloemkool samen met het cassavemeel en een tl zout in een keukenmachine. Mix tot een min of meer glad deeg en controleer of je er met je handen een bal van kunt vormen.
140 gram cassavemeel, 1 tl zeezout
Rol het deeg uit tot worstjes (niet te lang, anders breken ze). Snijd er kleine kussentjes van. Eventueel kun je er met een vork een patroontje in drukken.
Breng een grote pan met gezouten water aan de kook. Kook de gnocchi een paar minuten, tot ze boven komen drijven. Haal ze er direct uit met een schuimspaan en besprenkel met een beetje olijfolie om plakken te voorkomen.
Verhit een ruime koekenpan met kokosolie of olijfolie en bak de gnocchi goudbruin en knapperig. Zet apart terwijl je de saus maakt.
Verhit opnieuw wat olie in de pan. Bak de champignons en paprika tot ze zacht zijn. Voeg de spinazie toe en laat slinken. Schenk de kokosmelk erbij en breng op smaak met zout en peper.
Roer 1 eetlepel arrowroot door de saus om te binden. Check de dikte en voeg eventueel de tweede eetlepel toe.
2 el arrowroot
Voeg de gebakken bloemkoolgnocchi toe aan de saus, schep goed om en serveer met verse koriander.
Verse koriander
Notities
Bewaren: Je kunt de gnocchi na het vormen invriezen. Leg ze dan in een enkele laag in de vriezer in een zakje. Eenmaal bevroren kun je ze wel bij elkaar doen. Eenmaal gebakken kun je de gnocchi nog 2-3 dagen in de koeling bewaren. Bak ze dan wel opnieuw op zodat ze weer knapperig worden. Vers is wel het lekkerst.