Diafragma-020

 

Stel: je hebt een pracht van een spiegelreflex camera gekocht, want die telefoon is ook aan het eind van zijn latijn en je wilt wel eens “echte” foto’s maken. Dus krijg je een splinternieuw apparaat en daar zit je dan; camera uit de verpakking, een duizelingwekkend dikke handleiding en knopjes waar je de ballen van begrijpt. En vervolgens wordt van je verwacht dat je ineens de mooiste plaatjes maakt ‘want jij hebt nu toch zo’n dure camera??’ en uit blinde paniek zet je hem op de volautomaat en gaat lekker schieten. Kans is groot dat er best aardige plaatjes uitrollen als je een beetje gevoel hebt voor compositie enzo en ach, het is eigenlijk wel makkelijk zo dus blijf je op de ingeslagen weg doorgaan.

Maar ergens knaagt toch dat kleine zeurende stemmetje in je hoofd: “Je wilde toch méér met je foto’s doen?” Nou, als dat stemmetje nou de overhand begint te krijgen dan hier alvast een beginnetje; diafragma en scherptediepte. Wat is het en wat doet het?

Diafragma

Om te beginnen is het belangrijk om te weten dat er drie elementen in je camera zijn die de belichting sturen; diafragma, sluitertijd en iso. Je diafragma is, simpel gezegd, het gat in je lens waar het licht door naar binnen valt. Met je sluitertijd bepaal je hoe lang dat licht naar binnen valt en met je iso vergroot of verklein je de gevoeligheid van de sensor voor het licht. Wat weer resulteert in een kortere of langere sluitertijd, maar ik loop op de zaken vooruit.

Diafragma wordt aangeduid met een letter f en dan een cijfer. Die cijferreeks loopt van 1.2, 2.8, 5.6, 8.0, 16.0 enzovoort en nog her en der wat cijfers er tussenin. Hoe lager dat cijfer, hoe groter het gat en hoe meer licht er binnenkomt op je sensor. Hieronder zie je hoe dat er ongeveer uitziet. Een diafragma van f2.0 is dus een grotere opening als een diafragma met f16.0. Omdat diafragma en sluitertijd met elkaar verbonden zijn betekent dat ook dat hoe groter het gat des te sneller de sluitertijd (want er komt meer licht binnen dus je bent ‘sneller klaar’ zeg maar)

diafragma

Scherptediepte

Behalve de hoeveelheid licht regelt je diafragma ook in grote mate de scherptediepte van je foto. En wat is de scherptediepte; dat is het gedeelte van je foto die er scherp uitziet. Neem de onderstaande foto als voorbeeld; dit is een foto gemaakt met mijn 100mm macro lens en zoals je ziet is het insect scherp en de rest mooi vaag. Dat effect creer je met een diafragma met een laag cijfer.

Diafragma f 2.8 Canon EOS 10D 100mm macro lens Sluitertijd 1/90s

Diafragma f 2.8 Canon EOS 10D 100mm macro lens
Sluitertijd 1/90s

Nu is het wel zo dat er een aantal zaken van invloed zijn op de scherptediepte. Dat zijn:

  1. Het diafragma: hoe groter het gat hoe lager het cijfer, hoe lager de scherptediepte (de achtergrond wordt dus vager)
  2. De afstand tot je onderwerp: hoe dichterbij je fysiek bent, des te vager wordt de achtergrond
  3. Je brandpuntsafstand; een groothoeklens geeft je veel meer scherptediepte als een telelens. Hoe meer je ingezoomd bent hoe lager je scherptediepte. Ik zeg hier met opzet lager om het duidelijker te maken (hoop ik dan)
  4. Het type camera; de sensor van een compact camera of je telefoon is zo klein dat elke foto nagenoeg alles scherp heeft. Hoe groter de sensor hoe vager de achtergrond wordt als je dezelfde settings zou gebruiken. Daarom is dat mooie vage met een compact camera nagenoeg niet na te bootsen. Een systeemcamera kan dit weer wel, een spiegelreflex nog beter en een fullframe spiegelreflex nóg weer beter.

En om een voorbeeld te geven hoeveel de bovenstaande elementen meewegen; onderstaande twee foto’s zijn beide genomen met een diafragma van f6.3. Het grootste verschil zit hem in dit geval in de afstand tot het onderwerp en in de brandpuntsafstand. Bij de peren was ik ingezoomd op 105mm en bij het landschap was ik uitgezoomd op 24mm. Je ziet dat dat een behoorlijk verschil uitmaakt.

Brandpunt 105mm. Diafragma f6.3

Brandpunt 105mm. Diafragma f6.3

Brandpunt 24mm (=groothoek), diafragma f6.3 1/500s. Iso 100

Brandpunt 24mm (=groothoek), diafragma f6.3 1/500s. Iso 100

Maar welk diafragma moet ik nu gebruiken…

Er is hier geen gouden regel die voor alle onderwerpen geld helaas. Als ik het niet weet of geen zin heb om erover na te denken kies ik meestal voor een middelmatig open diafragma f5.6. Dat is een heel standaard diafragma en doet het bijna overal wel goed. Wil ik een hele vage achtergrond dan kies ik voor een lens met een grote opening zoals mijn 50mm 1.4.

Diafragma f1.4

Diafragma f1.4

De 1.4 is vrij extreem en gebruik ik alleen als het echt moet of als ik echt een heel vaag effect wil hebben, Pas hier op dat het niet te vaag wordt want je wilt nog wel kunnen zien waar het om gaat natuurlijk. Plus je scherpstelpunt wordt dan superbelangrijk. Stel je verkeerd scherp met een diafragma van 1.4 of 2.8 dan kun je het wel vergeten.. 😉 Bij onderstaande foto op diafragma 2.8 kun je goed zien dat ik heb scherpgesteld op het logo. Had ik ergens anders scherpgesteld dan had het er waarschijnlijk raar uit gezien!

Diafragma 2.8

Diafragma 2.8

Diafragma 5.6

Diafragma 5.6

Hier geld eigenlijk ook weer dat het helpt als je weet wat jouw lens en jouw camera doen bij bepaalde instellingen. Leg een rij kersen op een rijtje en ga met je diafragma aan de slag. Op die manier zie je wat er gebeurd als je de hoek verandert, of als je verder weg of dichterbij gaat staan. Voor mij is het altijd belangrijk dat de scherptediepte moet bijdragen aan het geheel. Als je de foto van het aapje helemaal bovenaan neemt dan zou dat een minder geslaagde foto zijn als ik de achtergrond scherp had gehad. Nu zijn de ogen van het aapje scherp en een stukje van zijn gezicht.

Focus bij dieren of mensen altijd op de ogen! Dat is wel een cruciaal punt. Als je een foto maakt van iemand en zijn of haar oor is scherp en de rest niet, dan zal dat er heel raar uitzien. Focus je echter op een oog dan zul je zien dat de rest nog zo vaag kan zijn, maar dan klopt het gewoon.

Diafragma f5.6

Diafragma f5.6

Volgende keer: sluitertijd

Bewaren