10 tips om je reisfotografie te verbeteren

Tien tips om je reisfotografie te verbeteren | simoneskitchen.nl

10 tips om je reisfotografie te verbeteren

Een deel van de lol van reizen is voor mij het maken van foto’s. Het is niet zo dat ik de hele dag door de zoeker heen loop te turen naar het perfecte plaatje, maar zonder camera voelt een vakantie of een reis toch altijd een beetje kaal. Ik heb het echt wel geprobeerd: op reis gaan zonder camera of met alleen mijn telefoon. En hoewel dat prima werkt voor sommige stedentrips word ik toch een beetje ongelukkig als ik in Azië ergens ben aangeland en ik geen camera bij me heb. Voor mij voegt het wel degelijk iets toe aan een reis. Maar hoe zorg je nu dat je foto’s op vakantie net zo mooi zijn als die plaatjes die je met je eigen ogen zag?

Tenslotte moet je als reisfotograaf een beetje van alles weten. Je komt landschappen tegen, mensen, steden en – natuurlijk – eten.

Hier mijn 10 tips om je reisfotografie te verbeteren!

1. Sta vroeg op en ga laat naar bed

Ja natuurlijk is het licht ‘s morgens vroeg mooier dan midden op de dag. Dat weet zo ongeveer iedereen inmiddels wel (toch?) maar behalve dat is het ook nog eens de tijd dat je de mooiste plaatjes kunt maken omdat mensen ontwaken, markten worden opgestart en de drukte van de dag is nog niet begonnen. Het doet soms even pijn want om 5 uur opstaan is ook niet mijn hobby maar het levert soms wel magische momenten op.

Tien tips om je reisfotografie te verbeteren | simoneskitchen.nl

2. Maak eerst een praatje voor die camera in iemands gezicht te duwen

Voor sommige mensen en zeker in sommige landen is het maken van een foto niet altijd zo vanzelfsprekend. Bovendien is het – als je een portret van iemand wilt maken – best onbeleefd om dat zonder vragen te doen. Natuurlijk blijf je altijd die afweging maken, want een ongedwongen en ongeposeerd portret is bijna altijd beter dan een statieportret. Dus dat is lastig, maar ik vraag het graag. Soms via gebarentaal want niet iedereen spreekt Engels maar laat je camera zien en het idee is vaak wel duidelijk. Het helpt als je op zijn minst een paar woorden in de lokale taal kent. Maar de kans dat je een hoofdschudden te zien krijgt is vrij groot. Een betere beslissing is het om die camera nog even weg te houden en eerst een praatje met iemand te maken. Vraag of je wat mag proeven (als het op een markt is) of iets mag zien of laat zien dat je interesse hebt in de persoon vóór je de foto gaat maken. Op die manier zal het wellicht wat makkelijker zijn om daarna te vragen of je een foto mag maken.

Vervolgens maak ik dan meestal eerst een paar foto’s waarbij de persoon in kwestie poseert. Dat verwachten ze en ik weet dat ik die foto’s toch wel weggooi. Maar als je een beetje blijft treuzelen gaan ze vanzelf weer door met hun dagelijkse bezigheden. Daarom vind ik een markt zo fijn. Mensen hebben daar geen tijd om uitgebreid te poseren, want de volgende klant dient zich alweer aan. En dat is precies het moment waarop jij die ene top-foto kunt maken.

Natuurlijk is het een ander verhaal als je een overzichtsfoto maakt met meerdere mensen erop. Dat is onmogelijk om toestemming voor te vragen en de meeste mensen vinden het ook geen probleem als je dat soort foto’s maakt. Wees je altijd bewust van je omgeving en doe je camera weg als dat beter voelt.

3. Zorg dat je weet waar je terecht komt.

Het is heel handig als je van tevoren al een beetje onderzoek hebt gedaan naar de plek waar je heen gaat. Waar zijn de mooiste landschappen, welke gebouwen zijn niet te missen, wat zijn de must-haves van je reis? Maar lees je ook in wat betreft lokale gewoontes. In de meeste reisgidsen kun je wel terugvinden hoe mensen op de plek van bestemming denken over fotografie en dan specifiek over hun eigen portret. Maar ook op welke plekken in een land je beter geen foto’s kunt maken. Klassiek voorbeeld is wel een militaire basis. Maak niet de fout die op de foto te willen zetten. Er zijn mensen voor minder de bak in gedraaid.

4. Gebruik een telelens

Is het soms nodig om toestemming te vragen voor een foto, het kan soms net zo fijn zijn om dat niet te doen en vanaf een afstand foto’s te maken met een telelens. Ten eerste levert dat vaak een mooi perspectief op. Ik werk graag met een telelens en het voorkomt vaak onnodig handelen voor je een foto kunt maken. Maar ook hier zorg je ervoor dat je met respect met je onderwerp omgaat.

Natuurlijk is een telelens een must als je dieren op de foto wilt zetten. Ik moet de eerste mens nog tegen komen die een wilde leeuw met een 50mm lens in closeup heeft en het na kan vertellen. En hoe kleiner het beestje des te langer je telelens, met uitzondering van insecten. Dan heb je juist weer een macrolens nodig, maar ook daar is wat afstand met je onderwerp handig en soms ook heel verstandig. 🙂

5. Neem er de tijd voor

Natuurlijk kun je mazzel hebben en tegen een geweldig plaatje aan lopen, maar echt mooie foto’s maken kost tijd. Soms kom je op een geweldig mooie plek maar is het licht fout of het licht is prachtig maar het moment niet aanwezig. Dan is het zaak om terug te komen en het opnieuw proberen als het licht wel goed is. Ben je ergens op doorreis dan kan dat niet altijd. Wij gaan bij verre reizen vaak mee met een groepsreis dus dan ben je gebonden aan het tempo van de reis. Je bent wellicht maar twee dagen op een plek voor je weer verder moet. Dat betekent dat je het meeste moet halen uit de momenten die je wel hebt. Ga ergens even zitten op een muurtje om de situatie in je op te nemen en heb geduld!

6. Gebruik diafragma voorkeuze

Voor mijn werk fotografeer ik in de M (handmatige) stand en ook op reis doe ik dat vaak. Meestal in lastige situaties zoals ‘s avonds laat bij bestaand licht. Maar door de bank genomen als ik onderweg ben en het is overdag kies ik vaak voor diafragma voorkeuze (Av of D stand) Dat betekent dat jij beslist of je veel scherptediepte wilt hebben (voor bijvoorbeeld een landschapsfoto) of juist weinig (voor bijvoorbeeld een portret. Let natuurlijk ook op je sluitertijd. En onthoud dat als je je diafragma dichtdraait (het cijfer wordt dus hoger) dat er minder licht naar binnen komt en je sluitertijd dus langzamer wordt. Te langzaam? Dan heb je de keuze om je diafragma verder open te draaien of je iso te verhogen. Hoewel ik tijdens mijn werk altijd de iso laag hou zet ik hem op reis zo laag als mogelijk is. Dat betekent dat ik soms op iso 4000 of nog hoger schiet. Scherp is belangrijker dan ruis!

7. Neem altijd je camera mee

Want zonder camera weet je in ieder geval zeker dat je geen foto’s kunt nemen.. 🙂 Hoewel er niks mis mee is om af en toe het ‘ding’ thuis te laten heb je natuurlijk wel kans dat juist op dat moment iets gebeurt of iets langskomt. Dus ga ik zelden zonder mijn camera op pad en heb ik sinds kort een kleintje om in mijn broekzak te stoppen voor als ik echt geen zin heb in zware apparaten. Hou er wel rekening mee dat ‘s avonds laat niet de meest ideale omstandigheid is om een compact camera te gebruiken. Ga ik uit eten of op pad na zonsondergang dan kies ik vaak voor mijn Canon (ik heb de Canon EOS 5D mark IV) met alleen een 50mm 1.4 lens erop. Relatief licht en heel fijn in lastig licht. Is het overdag en heb ik geen zin dan neem ik mijn Sony Cybershot DSC-HX60 mee. Die heeft een fijn zoombereik tot 720mm en hoewel niet zo’n goede kwaliteit als zijn grote broer is het beter dan niks. En voor vakantiefoto’s heel acceptabel. Goed licht is wel essentieel bij een dergelijke camera.

8. Zorg voor backup

Je zult niet de eerste zijn die per ongeluk zijn geheugenkaartje formatteert met nog allerlei moois erop. Of je raakt die rottige kleine kaartjes kwijt… Ik neem op reis vaak mijn macbook air mee maar wil je geen laptop meenemen (en in sommige landen is dat beter van niet!) dan kun je er bijvoorbeeld voor kiezen om een externe harde schijf mee te nemen en je kaartjes daarop uit te lezen als je ergens een internet cafe tegenkomt. Of je kunt bij sommige camera’s op twee kaartjes tegelijk schieten. Mijn camera heeft twee sleuven dus ik kan hem zo instellen dat de foto’s op beide kaartjes tegelijk worden opgeslagen. Die kaartjes kan ik dan vervolgens op twee plekken bewaren.

Hoe dan ook neem ik altijd ruim geheugenkaartjes mee. Die dingen zijn echt niet meer zo duur tegenwoordig en je kunt ze ergens in de rimboe van Afrika waarschijnlijk niet vinden. Dus neem ik meerdere kaartjes van 32 Gb mee. Beter mee verlegen dan om verlegen is mijn motto. De kaartjes bewaar ik niet los maar heb ik in speciale doosjes. Dat is wat groter en minder makkelijk kwijt te raken dan losse kaartjes.

Heb je ergens een relatief snelle verbinding en een computer, dan kun je er ook voor kiezen om je foto’s te uploaden naar een online service. Ik gebruik hiervoor graag Smugmug. Niet te duur en werkt ook nog eens samen met Lightroom. Ik zet de foto’s op mijn computer, selecteer de goede snel en upload die dan naar smugmug via Lightroom. Simpel drag en drop en ze staan veilig op nog een extra locatie. Dat kan natuurlijk ook zonder lightroom als je niet op je eigen computer werkt. In dat geval kun je ze rechtstreeks vanaf je geheugenkaartje uploaden naar Smugmug. De computer heeft dan uiteraard wel een SD kaart lezer nodig. Of neem een kleine kaartlezer mee op reis.

9. Leer je camera kennen voor je weggaat

Of tijdens de reis ernaar toe. Dat kan natuurlijk ook. En het is misschien een dooddoener maar het helpt echt als je niet tien minuten moet zoeken hoe je je camera van de autostand naar diafragma voorkeuze moet zetten of hoe je snel een belichtingscompensatie toepast. Of hoe je de flitser uit of aan zet. Om maar wat te noemen. Zorg dus dat je weet waar alle knopjes voor dienen. Het komt je foto’s uiteindelijk ten goede! Beloofd!

10. Schiet in RAW

Indoor markten, restaurants, situaties met veel contrastverschil en/of veel schaduwen en lichte partijen…. Allemaal zijn die makkelijker te beheersen in RAW. Behalve met mijn compact camera (die geen raw heeft) schiet ik alles in raw. Ik denk er niet eens over na. JPG gebruik ik al jaren nooit meer. Dat wil niet zeggen dat jpg per definitie verkeerd is, maar de opties voor raw zijn zo veel beter en je kunt er uiteindelijk meer mee uit je foto halen. De keus is natuurlijk geheel aan jullie maar wil je het eens uitproberen dan kun je raw en jpg tegelijk instellen. Hou er wel rekening mee dat dit ook extra veel geheugen kost.

 

Uiteindelijk zou deze lijst met tien tips nog wel veel en veel langer kunnen worden, want er is nog zoveel meer te vertellen.. 🙂 Uiteindelijk gaat het er ook om dat je oog hebt voor je omgeving en dat je ook af en toe die camera weg kunt leggen.

Lees ook de andere posts over reisfotografie die je op de site kunt vinden! En fijne reis!

 

 

Ontvang gratis het eerste hoofdstuk van Heerlijke Chaos!

Als je je inschrijft voor de emaillijst ontvang je - behalve de regelmatige nieuwsbrief - gratis alle 12 recepten en foto's uit het eerste hoofdstuk (Slow) van mijn boek Heerlijke Chaos!

We sturen geen spam. Uitschrijven kan op elk moment Powered by ConvertKit
Simone van den Berg

Simone van den Berg

Food- and travelblogger. Houd van goed eten (wie niet?) Reist ook graag de wereld over om smaken en culturen te ontdekken. In het dagelijks leven foodfotograaf, receptontwikkelaar , reisfanaat en kattengek. Soms op een missie om gezonder te gaan leven. Altijd dan weer afgewisseld met perioden van belachelijk decadente desserts. Woont samen met Tom (aka de dude) en hun twee katten Humphrey en Buffy in het midden van het land.

2 comments

  1. Bedankt weer voor al deze handige, en meer dan leuk leesbare tips. Moest direct al lachen na die foto van die comodo varaan met de tekst er onder “gebruik een telelens ” haha. Ga zo door!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *