Simone's Kitchen

Hoe overleef je een insectenfobie op reis

Wie wint? De insecten of jij?

Er zit niks!

“Heb je je klamboe wel goed ingestopt?” vroeg Peter (Tom en ik waren op vakantie met Peter en Mary) met een grote grijns. “Nee, nog niet. Hoezo?” vroeg ik enigszins argwanend…

“Er loopt echt een hele kolonie mieren door de hut heen. We hebben net even iets opgepikt uit jullie hut en phoe, ik ben blij dat wij een deurtje verder slapen.”

We waren in de jungle van Costa Rica en ik was nog niet eerder in een dergelijk exotisch land geweest. Mexico was onze eerste ver weg ervaring en hoewel ook daar genoeg gekke beesten voorkomen, waren de hotels redelijk luxe en het gehalte aan insecten in de hotelkamers minimaal. Op de enkele mug na.

In de jungle

Maar Costa Rica was wel andere koek. We verbleven in Nationaal park Tortuguero en hoewel het daar prachtig is, waren de accomodaties in die tijd (we hebben het over het jaar 2001) behoorlijk basic. Onze hut stond in een veldje, naast de rivier (die overigens vol met kaaimannen lag). De hut stond op palen om te voorkomen dat de kaaimannen/slangen of andere grotere diersoorten makkelijk naar binnen zouden kunnen. De hut zelf bestond uit een bed. Punt. En 1 lichtpeertje. Geen stoelen, tafels of ander meubilair en bovendien waren de gaten in de houten planken dermate groot dat een gemiddelde slang er geen enkele moeite mee zou hebben.

Insectenfobie in de jungle
Het toiletgebouw

Hartslag 250

We waren aangekomen op het – overigens prachtige – plekje in de middag en toen voelde ik me nog wel prima. Maar naarmate het licht verdween en er steeds meer om onze oren ging vliegen werd mijn hartslag met het half uur hoger. Het idee dat ik straks in die hut moest gaan slapen… En ja tuurlijk hadden we wel een klamboe, maar wat als ik nu ’s nachts naar de wc moest??

Het wc gebouwtje lag op ongeveer 200 meter afstand van onze hut. Die 200 meter moest je overbruggen via een betonnen paadje. Het enige licht dat er ’s nachts brandde was in het toiletgebouw. En het principe dat insecten worden aangetrokken door licht is nog steeds van toepassing. Dus alleen bij het idee al dat ik ’s nachts door het veld (kaaimannen alert!) half naakt naar dat gebouw moest….

Tom en ik voor ons hutje

Knikkende knietjes

We waren gesloopt door een drukke reisdag dus ergens rond een uur of negen ging iedereen slapen.. Met knikkende knietjes gingen we – gewapend met zaklantaarn – naar onze hut. Het aanknippen van het lichtknopje was al een probleem want er liep een colonne mini miertjes over het knopje. Blijkbaar was dat hun vaste route. Het eerste wat ik bedacht is dat die miertjes zo klein waren dat geen enkele klamboe die tegen zou houden, maar zette die gedachte snel weer uit mijn hoofd.

We installeerden ons in bed, stopten de klamboe angstvallig in aan alle kanten en deden het licht (lees: zaklantaarn) uit.

Drie keer naar de wc

Natuurlijk moest ik door de zenuwen na tien minuten alweer plassen. Ik stelde het uit, stelde het uit, maar uiteindelijk kon ik het niet meer houden. Tom lag natuurlijk al te ronken, maar werd wakker toen ik overeind ging zitten. “Moet ik met je meelopen?” vroeg hij nog slaapdronken, maar dat was mijn eer dan toch weer te na. “Nee joh gek. Ik kan toch wel alleen naar het toilet!”

Ik klopte mijn schoenen uit (schorpioenen), trok een T-shirt en broek aan, knipte de zaklantaarn aan en vermeed om de hut rond te schijnen. Deur open op een kiertje en eerst over het veld schijnen of er geen kaaimannen op de loer lagen.

Ik zag er geen, dus liep snel het trappetje af en op een drafje naar het toiletgebouw. Maar o mijn hemel, de drukte daar was bizar. En nee niet van mijn reisgenoten maar van kikkers, insecten en god weet wat allemaal nog meer. Ik vermeed het om rond te kijken en gilde maar één keer toen er een knalgroene kikker rond begon te huppen in mijn toilethokje. Ik wist niet hoe snel ik weer terug moest rennen (na weer kaaimannen check), alles weer uit en klamboe weer instoppen.

Deze wil je natuurlijk ook niet tegenkomen!

Natuurlijk moest ik die nacht drie keer naar het toilet en deed amper een oog dicht. En om vier uur begonnen de brulapen alweer te roepen dus om 5 uur zaten Tom en ik gezellig voor onze hut de ontwakende jungle te bekijken.

Kakkerlak alert

Na die eerste nacht had ik twee keuzes: of als een zenuwwrak uiteindelijk weer naar huis keren óf accepteren dat er nou eenmaal van alles rondkroop en vloog. Ik koos voor dat laatste en besloot mijn insectenfobie even on hold te zetten. En het is echt zo dat je gewend raakt aan nagenoeg elke situatie. Nog geen dag later was ik mijn tanden aan het poetsen in hetzelfde toiletgebouw (met alleen koud water trouwens) terwijl er een kakkerlak op mijn arm landde. In plaats van gillend weg te rennen, schoot ik hem met mijn wijsvinger van mijn arm en ging verder met het poetsen van mijn tanden.

Hoe wen je aan insecten op reis?

Het is een van de meest gehoorde opmerkingen als ik vertel dat ik gek ben op reizen naar exotische locaties en het ook leuk vind om op aparte plekjes te logeren die vaak een stuk minder luxe zijn. Trouwens, in een gemiddeld hotel in Azië kun je ook met gemak een kakkerlak tegenkomen. Raak je dan in paniek of leg je je neer bij het feit dat het nou eenmaal zo is?

Het is nu eenmaal een feit dat de insecten in Azië, Afrika en Zuid- Amerika een stuk exotischer zijn dan die je hier in Nederland vindt. Wil je reizen dan hoort dat er nu eenmaal bij. Ik vind persoonlijk muggen het vervelendste, vanwege het malaria en andere ziektes gevaar maar er zijn meer insecten die je liever niet persoonlijk tegen wilt komen.

Bescherm jezelf goed tegen muggen of andere steke-beesten. Waar dat nodig is slaap onder een klamboe. Dat scheelt nachtrust en is veiliger tegen de meeste vliegende indringers.

Raak geen beesten aan. Dit is misschien een voor de hand liggende maar ik heb het meerdere malen meegemaakt dat reizigers dachten dat het wel leuk zou zijn om iets te dicht bij die kaaiman of slang te gaan zitten. De selfie cultuur heeft soms hele gevaarlijke consequenties. Niet doen dus. Ik gebruik een telelens om enge beesten op de foto te zetten! 😉

Uiteindelijk is het reizen zelf leuker of belangrijker dan het feit dat je er ook enge beesten tegenkomt. Al denk ik dat als je écht een insectenfobie hebt… dan kun je wellicht beter thuisblijven.

Delen is fijn!

Simone van den Berg

Simone van den Berg

Foodfotograaf | Food- en travelblogger | Receptontwikkelaar | Natuurvoedingsadviseur | Trainer Hormoonfactor Houdt van gezond en vooral lekker eten en probeert daar een goede balans in te vinden. Woont samen met Tom (aka de dude) en hun twee katten Buffy en Humphrey in het midden van het land.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Subscribe

Schrijf je in voor nieuwe posts via email

Schrijf je in en ontvang een 7 dagen paleo maaltijdplan!